Vraag:
De schachten van mijn contramarche getouw (Spring of Delta) zakken ongelijk naar beneden
Antwoord:
Dit is een normaal verschijnsel bij de parallelle contramarche getouwen zoals de Spring en Delta. Ze hebben geen "rustpositie" voor schachten, Als je trapper intrapt en daarna loslaat zullen niet alle schachten naar dezelfde positie zakken. Dankzij dit systeem kost het intrappen van de schachtpedalen tijdens het weven weinig kracht. Gelukkig is dit geen probleem tijdens het weven omdat de schering diep wegzakken van de schachten belemmert en er bij het intrappen van de volgende trapper de stand van de schachten geneutraliseerd wordt. Ook neemt het verschijnsel af naarmate er meer trappers en schachten zijn aangebonden. Als er nog geen schering op het getouw staat worden de schachten op hoogte gehouden met behulp van de blokkeerpen.
Onderstaand de uitleg waarom dit zo is en hoe je er mee om moet gaan.

Bij Louët's parallelle contramarche systeem loopt er een koord over zes wieltjes. De einden van het koord zijn met elkaar verbonden, zodat het koord een gesloten circuit vormt. De schachtlatten en de schemels zijn aan deze koorden verbonden. Wanneer trapper A wordt ingetrapt, beweegt schemel C het koord aan de buitenkant naar beneden. Het koord aan de binnenkant beweegt dan in tegengestelde richting en trekt schacht F omhoog (zie pijlen). Wanneer trapper B ingetrapt wordt, trekt schemel D de binnenkant van het koord en daarmee de schacht naar beneden.
In de fabriek worden schacht- en schemel posities optimaal afgesteld. Je kunt de schachten in de neutrale positie brengen door de blokkeerpen te steken door het gat dat onder de evenaar is aangebracht en vervolgens door de gemarkeerde gaten in het Texsolv-koord. Als er geen schering trek je aan het texsolv-koord tot je de zwarte markering gevonden hebt. Na het aanbrengen van de blokkeerpen zijn de schachten geblokkeerd in de beweging en staan ze allemaal op gelijke hoogte.
Dit vastzetten van de schachten doe je tijdens het inrijgen van de schering en tijdens het aanbinden van de trappers. Het is normaal dat je aan de Texsolv-koorden recht moet trekken om de blokkeerpen weer in de gemarkeerde gaten te kunnen steken op zijn plaats te zetten (zie ook onderstaande TIP-1). Als je de blokkeerpen verwijderd zullen de schachten door de zwaartekracht de schachten zakken. Als er een schering is ingeregen zullen de schachten niet zo diep zakken. Tijdens het weven zul je merken dat de schachten door de trapperbeweging op gelijke hoogte komen. Je zult merken dat als je alle trappers aanbind en een bredere schering op hebt staan dat het verschijnsel van zakkende schachten amper merkbaar is.
Voorwaarde is dat je de trappers aanbind met de meegeleverde lange en korte koorden en dat je daarbij steeds het eerste gat gebruikt naast het gat waar het koord is afgesneden. Bij geblokkeerde schachten zal de spanning op alle trapper aanbindkoorden ongeveer gelijk zijn. Tijdens het weven is de blokkeerpen eruit en kan het beeld het door het zakken van de schachten wat onregelmatig ogen.
De correcte afstelling kun je controleren als er een schering is opgezet en je met het weven de schering de borstboom gepasseerd is. Als je twee elkaar aanvullende trappers (bijvoorbeeld de twee linnenbindingtrappers) tegelijk intrapt komen alle schachten op gelijke hoogte en moet de scheringdraad ongeveer door het midden het heveloog lopen.
TIP-1: Als je twee trappers aanbindt die elkaar aanvullen (bijvoorbeeld de twee linnenbindingtrappers) tegelijk intrapt worden alle schachten op gelijke hoogte gezet en kun je de blokkeerpen makkelijk aanbrengen
TIP-2: Als je bepaalde schachten niet gebruikt voor je weefsel kun je deze tijdens het weven met de blokkeerpen vastzetten. Er mogen dan geen trappers verbonden zijn aan deze schachten.
Opmerkingen
0 opmerkingen
U moet u aanmelden om een opmerking te plaatsen.