Bij het David-weefgetouw worden de schachten naar beneden getrokken.
Bij de meeste bindingstekeningen worden in het aanbindblok de omhoog gaan de schachten aangeduid
Om de voorkant van het weefsel boven te zien moet je bij de David niet de zwarte hokjes aanbinden maar de witte.
|
Bindingstekening |
Aanbindblok opgaande schachten Elke kolom stelt 1 trapper voor. Bij trapper 1 moeten de schachten 1-3-5-7 omhoog |
Omzetten aanbinding voor neergaande schachten David Bij de David bind je de schachten aan die niet omhoog gaan. Dus de witte hokjes. Bij trapper 1 zijn dat de schachten 2-4-6-8 |
Het lezen van weefpatronen is voor beginners vaak verwarrend om veel uitgevers verschillende systemen gebruiken. Soms worden de schachtnummers gebruikt, dan weer hokjes, dan weer kruisjes.
In oudere boeken gebruiken de X's en O's. X's werden altijd gezien als ankers, vandaar dat ze zinken en O's werden gezien als ballonnen, dus ze stijgen op. De meeste moderne weefpatronen zijn geschreven voor opgaande schachten, en daarvoor moet je dus de aanbinding omzetten.
Overigens als je de aanbinding niet van opgaande schachten omzet naar neergaande schachten, zul je de achterkant van het weefsel bovenkrijgen en kun je na het weven de lap omdraaien om de voorzijde te zien. Voor gelijkzijdige kepers en linnenbinding maakt dat geen verschil.
Opmerkingen
0 opmerkingen
U moet u aanmelden om een opmerking te plaatsen.